Beiroet, 1980 — kunstenaar en elektroakoestisch componist
Tarek Atoui werd geboren in Beiroet en verhuisde in 1998 naar Frankrijk, waar hij aan het conservatorium van Reims hedendaagse en elektronische muziek studeerde. Hij begon als laptopmusicus in de experimentele elektronica en verschoof daarna geleidelijk naar de beeldende kunst, zonder de muziek los te laten: zijn werk bestaat uit zelf ontworpen instrumenten, luisterruimtes, langlopende onderzoeksprojecten en collectieve performances. Vanaf 2007 was hij artistiek directeur bij STEIM in Amsterdam, het centrum voor elektro-instrumentale muziek, en in 2016 was hij mede-artistiek leider van de Bergen Assembly. Kenmerkend voor zijn methode is dat hij vrijwel nooit alleen werkt: instrumentbouwers, akoestici, softwareontwikkelaars, luidsprekerontwerpers, veldopnamespecialisten en lokale muzikanten zijn medeauteurs, en projecten groeien over jaren en over tentoonstellingen heen door. Het onderliggende thema is een verbreding van het begrip luisteren. Geluid is bij Atoui niet uitsluitend iets voor het oor maar een fysiek verschijnsel — trilling, druk, resonantie in materiaal en lichaam — en die aanname is bepalend geweest voor zijn samenwerking met dove en slechthorende mensen, voor zijn werk met havengeluiden en voor zijn belangstelling voor ambachtelijke en landbouwkundige praktijken. Hij nam deel aan dOCUMENTA (13) in 2012 en aan de 58ste Biënnale van Venetië in 2019; in augustus 2020 werd bekend dat hij de Suzanne Deal Booth / FLAG Art Foundation Prize 2022 won, met tweehonderdduizend dollar een van de grootste Amerikaanse kunstprijzen. Atoui woont en werkt in Parijs. In 2026 maakt hij de elfde Hyundai Commission voor de Turbine Hall van Tate Modern.
WITHIN ontstond uit gesprekken met leerlingen en docenten van de Al Amal-school voor doven in Sharjah en werd vanaf 2012 uitgebouwd samen met het curatorenduo Council. De vraag is eenvoudig en radicaal: wat verandert er aan een instrument, een partituur en een publiek als je het gehoor niet als vanzelfsprekend vertrekpunt neemt? Met instrumentbouwers, luidsprekerontwerpers, programmeurs en dove en horende deelnemers bouwde Atoui een instrumentarium dat via trilling, gebaar en beeld bespeelbaar is. Het project reisde onder meer naar de Sharjah Biënnale, het Berkeley Art Museum, ZKM Karlsruhe en de Bergen Assembly, waar de instrumenten in een leegstaand zwembad werden samengebracht.
Voor The Reverse Collection draaide Atoui de gebruikelijke volgorde van instrumentbouw om. Tijdens de achtste Berlijnse Biënnale in 2014 liet hij musici improviseren op historische instrumenten uit het etnologisch museum in Dahlem — objecten die als museumstuk niet meer bespeeld werden. De opnamen gingen vervolgens naar hedendaagse instrumentbouwers, die zonder de originelen te zien nieuwe instrumenten ontwierpen die diezelfde klanken moesten kunnen voortbrengen. Acht van die instrumenten werden eind 2014 getoond bij kurimanzutto in Mexico-Stad; in 2016 volgde een tweede generatie van tien in de South Tank van Tate Modern, waar ze wekenlang werden bespeeld en opgenomen. Het werk gaat over overlevering: hoe vorm en functie verschuiven zodra iets mondeling wordt doorgegeven.
The Ground is het resultaat van een jarenlang verblijf in en rond de Parelrivierdelta bij Guangzhou, waar Atoui samen met het kunstenaarsinitiatief Mirrored Gardens de landbouwcyclus, de visvijvers en het lokale ambacht observeerde. Uit die waarnemingen kwam een reeks akoestische en elektronische instrumenten voort, gebouwd met luthiers, keramisten en ingenieurs, die zichzelf kunnen activeren en elkaar aansturen. Het werk werd in 2017 voor het eerst getoond in Guangzhou en in 2018 in Singapore uitgebreid met porseleinen schijven waarin Arabische ritmes zijn gegraveerd en een platenspeler die met wisselende snelheid draait, zodat geen afspeelbeurt gelijk is. In 2019 vormde The Ground Atoui's bijdrage aan de Biënnale van Venetië.
Waters' Witness komt voort uit I/E, het doorlopende project waarvoor Atoui sinds 2015 havens opneemt — Athene, Abu Dhabi, Singapore, Porto, Beiroet, later ook Istanbul en Sydney — met hydrofoons, contactmicrofoons en zelfgemaakte opnameapparatuur, deels samen met Éric La Casa en Chris Watson. In het Fridericianum in Kassel bracht hij die opnamen in 2020 voor het eerst samen met materiaal dat hij uit dezelfde havens meenam: marmerblokken uit Athene, stalen balken uit Abu Dhabi. Geluid, ruimte en materie vormen daar één lichaam. Elke nieuwe plaats levert een eigen partituur op; de tentoonstelling werd onder meer hernomen in Porto, Sydney en Luxemburg.