Edward Ihnatowicz in zijn tot werkplaats omgebouwde garage in Londen

Edward Ihnatowicz

Chełm, 14 februari 1926 — Londen, oktober 1988 — beeldhouwer, cybernetisch kunstenaar

Ihnatowicz maakte drie machines en werd daarmee een van de grondleggers van de robotkunst. Hij groeide op in Oost-Polen; zijn vader, een officier, kwam om in de oorlog. Zelf vluchtte hij in 1939 als dertienjarige via Roemenië en Algiers en bereikte in 1943 Groot-Brittannië, waar hij bleef. Van 1945 tot 1949 studeerde hij aan de Ruskin School of Art in Oxford — schilderen, tekenen, beeldhouwen, met daarnaast een niet-aflatende belangstelling voor fotografie, film en elektronica. Ruim tien jaar verdiende hij zijn brood met meubels op maat en interieurwerk. In 1962 brak hij daarmee, ging in een onverbouwde garage wonen en experimenteerde met portretten en met sculpturen van sloopauto-onderdelen. Daar ontstond het idee dat hem de rest van zijn leven zou bezighouden: niet de vorm van een beeld, maar zijn beweging is wat een kijker als levend herkent. Hij bouwde hydraulische, sensorgestuurde machines die zich naar hun publiek toewendden, en leerde het programmeren pas terwijl hij eraan werkte. Na The Senster (1970) verdween hij grotendeels uit de kunstwereld: van 1971 tot 1986 was hij research assistant bij Mechanical Engineering aan University College London, waar hij ingenieurs leerde robots ontwerpen en zijn werk als universitair onderzoeksobject eindigde. Hij stierf in oktober 1988 aan een hartinfarct, vrijwel vergeten. Pas na 2000, door het archiefonderzoek van Aleksandar Zivanovic en de restauratie van de Senster in Krakau, kwam zijn werk terug in beeld.

Vier werken

SAM (Sound Activated Mobile) — 1968

Een kolom van aluminium wervels met bovenop een bloemachtige fiberglasreflector, waarop vier kleine microfoons zijn gemonteerd. Een eenvoudig analoog circuit vergeleek de faseverschillen tussen de microfoonsignalen en bepaalde daaruit de richting van het geluid; twee elektrohydraulische servokleppen draaiden en bogen de kolom daarheen. Het was, in Ihnatowicz' eigen woorden, de eerste bewegende sculptuur die zich herkenbaar en rechtstreeks richtte naar wat er om haar heen gebeurde. SAM stond in Cybernetic Serendipity, de tentoonstelling van Jasia Reichardt in het ICA in Londen, en reisde daarna door Canada en de Verenigde Staten. Omdat het werk eerder op zacht aanhoudend geluid reageerde dan op geschreeuw, stonden bezoekers er urenlang voor te zoeken naar de juiste toon.

SAM, een aluminium kolom met bovenop een bloemvormige reflector met microfoons
SAM (Sound Activated Mobile), 1968. Aluminium, fiberglas, microfoons, elektrohydraulische servokleppen.

The Senster — 1970

Philips gaf via ontwerper James Gardner opdracht voor een publiekstrekker in het Evoluon in Eindhoven. Ihnatowicz bouwde een stalen skelet van ruim vier meter lang en ongeveer tweeënhalve meter hoog, op drie poten, met een lange hals waarvan de scharnieren waren afgekeken van een kreeftenschaar. Vier microfoons en twee dopplerradars in de kop registreerden geluid en beweging; een Philips P9201, geprogrammeerd in assembleertaal, stuurde de hydrauliek. Het dier werd aangetrokken door zacht geluid en rustige beweging en deinsde terug voor geschreeuw. Het is vrijwel zeker de eerste door een computer bestuurde robotsculptuur. Van 1970 tot 1974 stond het in het Evoluon; daarna werd het ontmanteld en verdween het skelet veertig jaar lang naar een weiland in Colijnsplaat.

Het stalen skelet van de Senster, een dierachtige constructie met lange hals op drie poten
The Senster, 1970. Gelast staal, hydrauliek, microfoons, dopplerradar, computer. Foto van de gerestaureerde sculptuur, collectie AGH Krakau.

The Bandit — 1973

Zijn laatste cybernetische werk, getoond op de tentoonstelling Interact van de Computer Arts Society tijdens het Edinburgh Festival. Het bestond uit één hydraulisch aangedreven hendel — de naam speelt op de gokkast, de one-armed bandit. Pakte een bezoeker de hendel beet, dan stond de machine eerst in krachtsturing en liet ze zich vrij bewegen terwijl de computer de bewegingsreeks opsloeg. Daarna schakelde ze over op positiesturing en speelde ze de reeks terug tegen de hand van de bezoeker in. Uit de manier waarop iemand daarop reageerde, drukte het programma een classificatie af van sekse en temperament. Achter de grap zat Ihnatowicz' serieuze stelling: waarnemen begint bij manipuleren, bij weerstand voelen.

Bezoekers bij The Bandit op de tentoonstelling Interact in Edinburgh, 1973
The Bandit, 1973, in gebruik tijdens Interact, Edinburgh. Foto uit het archief van George Mallen.

Cybernetic Art: A Personal Statement — 1986

Een in eigen beheer uitgegeven tekst waarin Ihnatowicz, bijna twintig jaar na SAM en zonder dat er nog een machine zou volgen, zijn positie samenvatte. Hij betoogt erin dat het grootste deel van onze kennis van de wereld voortkomt uit de interpretatie van waargenomen fysieke beweging, en dat een kunstmatig systeem daarom pas doelgerichtheid kan uitstralen als het zijn omgeving zelf kan aftasten. Kunst ontleent haar waarde aan het openen van de ogen voor een kant van de werkelijkheid die nog niet gezien is; techniek is voor de kunstenaar geen onderwerp maar gereedschap. Het stuk wordt sindsdien vrijwel altijd aangehaald wanneer over de Senster wordt geschreven, en het is de bron van zijn eigen bescheiden formulering dat het beeld "de eerste door een computer bestuurde sculptuur" was.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen