Portret van Werner Herzog

Werner Herzog

München, 5 september 1942 — filmmaker, schrijver

Herzog groeide op in een afgelegen dal in de Beierse bergen, waarheen zijn moeder met de kinderen was gevlucht na een bombardement op München. Tot zijn elfde wist hij niet dat film bestond; op zijn vijftiende begon hij plannen te maken voor eigen films en werkte hij nachtdiensten als lasser in een staalfabriek om ze te betalen. Die combinatie — een romantisch verlangen naar het onherbergzame en een volstrekt praktische bereidheid om er zelf naartoe te lopen — bleef zijn hele werk kenmerken. Vanaf de jaren zestig behoorde hij met Fassbinder en Wenders tot de Neue Deutsche Kinema, maar hij bleef er altijd een buitenbeentje in: waar zij de naoorlogse Duitse maatschappij ontleedden, trok Herzog de jungle, de woestijn en het ijs in, op zoek naar wat hij "een fatsoenlijke en passende plaats voor de mens, een landschap van de ziel" noemde. Zijn onderwerpen zijn steevast obsessieven, buitenstaanders en dromers die zich vastbijten in iets onmogelijks; zijn methode laat zich moeilijk scheiden van die van zijn personages, met de vijf films die hij met de onberekenbare Klaus Kinski maakte als beruchtste voorbeeld. In documentaires zoekt hij niet naar feitelijke correctheid maar naar wat hij "ecstatische waarheid" doopte, een houding die hem evenveel bewonderaars als critici opleverde. Hij maakte meer dan tachtig films, schreef een reeks boeken en werd door zijn eigen zware, Beiers gekleurde vertelstem een culturele figuur op zichzelf. In 2025 kreeg hij in Venetië de Gouden Leeuw voor zijn oeuvre; hij benadrukte bij die gelegenheid dat hij niet met pensioen was.

Vier werken

Aguirre, der Zorn Gottes — 1972

Een handvol Spaanse conquistadores daalt in 1560 af van de Andes en vaart de Amazone op, op zoek naar El Dorado. Onder leiding van Lope de Aguirre — een Kinski met witte blik en scheve gang — muit de expeditie, verklaart zich onafhankelijk van de Spaanse kroon en drijft steeds verder af richting waanzin, tot alleen nog een vlot met apen overblijft. Herzog draaide met een minimale ploeg en een minimaal budget in Peru, in echte stroomversnellingen, met een gestolen camera. De film heeft geen historisch pleidooi en nauwelijks plot; hij is een gestage afdaling waarvan het gewicht vooral van beeld en van de zwevende muziek van Popol Vuh komt. In Frankrijk en de Verenigde Staten groeide hij uit tot de film die Herzogs internationale reputatie vestigde.

Jeder für sich und Gott gegen alle — 1974

De film, internationaal bekend als Het raadsel van Kaspar Hauser, vertelt het waargebeurde verhaal van de jongeman die in 1828 op een plein in Neurenberg opdook, nauwelijks kon lopen of spreken en beweerde zijn leven in een donkere kelder te hebben doorgebracht. Herzog castte in de hoofdrol Bruno S., een straatmuzikant die zelf een groot deel van zijn jeugd in inrichtingen had doorgebracht en geen acteeropleiding had. Het resultaat is minder een historische reconstructie dan een aanklacht tegen wat beschaving met een mens doet: elke poging Kaspar taal, geloof en logica bij te brengen wordt getoond als een nieuwe kooi, en de slotsectie op de snijtafel is de laatste. De film kreeg op het filmfestival van Cannes van 1975 de Grand Prix spécial du jury en de FIPRESCI-prijs.

Fitzcarraldo — 1982

Brian Sweeney Fitzgerald, opnieuw gespeeld door Kinski, wil een operahuis bouwen in het Peruaanse Iquitos en bedenkt daarvoor een plan waarbij een stoomschip over een berg tussen twee rivieren moet worden getrokken. Herzog weigerde special effects en liet een schip van enkele honderden tonnen werkelijk over een modderige helling hijsen. De opnamen duurden jaren en liepen uit op een aaneenschakeling van rampen: hoofdrolspeler Jason Robards werd ziek en moest na een groot deel van de opnamen worden vervangen door Kinski, Mick Jagger verliet het project, er waren ongelukken en zware conflicten, en de manier waarop lokale bewoners bij de productie werden betrokken is tot vandaag omstreden. Les Blank legde het alles vast in Burden of Dreams. Herzog kreeg in Cannes de regieprijs.

Grizzly Man — 2005

Timothy Treadwell bracht dertien zomers ongewapend door tussen de grizzlyberen van Katmai National Park in Alaska en filmde de laatste vijf daarvan zelf; in oktober 2003 werden hij en zijn vriendin Amie Huguenard door een beer gedood. Herzog monteerde uit ruim honderd uur van Treadwells eigen materiaal een portret dat weigert te kiezen tussen bewondering en oordeel. Hij ziet in de opnamen een filmmaker met een uitzonderlijk oog, maar zet er zijn eigen wereldbeeld tegenover: waar Treadwell harmonie zag, ziet Herzog in de blik van de beer alleen onverschilligheid en honger. De film ging in première op Sundance, won daar de Alfred P. Sloan Prize en werd Herzogs commercieel succesvolste documentaire.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen