Portret van Svetlana Alexijevitsj

Svetlana Alexijevitsj

Stanislav (nu Ivano-Frankivsk), 31 mei 1948 — Belarussisch schrijfster en onderzoeksjournalist

Svetlana Alexijevitsj werd geboren in West-Oekraïne als dochter van een Belarussische vader en een Oekraïense moeder; toen haar vader zijn diensttijd erop had zitten, verhuisde het gezin naar Belarus, waar beide ouders voor de klas stonden. Ze studeerde journalistiek in Minsk en werd na haar afstuderen wegens haar opvattingen naar een provinciekrant in Brest gestuurd. Beslissend voor haar werk was de Belarussische schrijver Ales Adamovitsj, die met documentaire boeken over de oorlog een vorm had ontwikkeld waarvoor hij zelf steeds nieuwe namen bedacht — koorroman, romanoratorium, mensen die over zichzelf vertellen. Alexijevitsj heeft hem altijd haar leraar genoemd. Vanaf 1985 bouwde ze aan één doorlopend project, de cyclus Stemmen uit Utopia: vijf boeken waarin honderden gewone mensen vertellen wat de Sovjet-eeuw met hen heeft gedaan. Ze interviewt jarenlang, schrapt haar eigen vragen en monteert de monologen tot een compositie — geen geschiedenis van gebeurtenissen maar van gevoelens. Die methode leverde haar even veel bewondering als vijandschap op: censuur onder Gorbatsjov-voorgangers, een rechtszaak wegens laster in 1993, en later vervolging door het regime van Loekasjenko, waarvoor ze rond 2000 naar West-Europa uitweek. In 2011 keerde ze naar Minsk terug. In 2015 kreeg ze de Nobelprijs voor Literatuur voor haar polyfone schrijven, "een monument voor lijden en moed in onze tijd" — de eerste keer dat de prijs naar een schrijver in het Russisch ging sinds 1987, en de eerste keer naar een Belarus.

Vier werken

De oorlog heeft geen vrouwengezicht — 1985

Voor haar debuut sprak Alexijevitsj honderden vrouwen die aan het front hadden gestaan: scherpschutters, piloten, verpleegsters, sappeurs. Het onderwerp was niet nieuw, de toon wel. Waar de officiële Sovjetliteratuur de oorlog als heldenepos vertelde, gaat het hier over bloed, angst, menstruatie, laarzen die niet pasten en de schaamte van teruggekeerde vrouwen. Het manuscript lag jaren bij de censuur voordat het in 1985 tegelijk in Minsk en Moskou kon verschijnen; daarna volgden herdruk op herdruk, samen goed voor meer dan twee miljoen exemplaren. Latere edities herstelden passages die er destijds uit waren gehaald. Het boek is de eerste steen van Stemmen uit Utopia.

Zinkjongens — 1990

Tussen 1979 en 1989 vochten Sovjettroepen in Afghanistan; de gesneuvelden kwamen terug in verzegelde zinken kisten, terwijl de staat het bestaan van de oorlog ontkende. Alexijevitsj sprak veteranen, verpleegkundigen en vooral moeders, en liet zien hoe zij van de waarheid over hun zonen schrokken. De publicatie leidde tot een campagne van leger en KGB en in 1993 tot een proces in Minsk, waarin twee moeders die eerder hadden meegewerkt haar van laster op de Sovjetarmee beschuldigden. De zaak sleepte zich voort, putte haar financieel uit en de rechtbank nam haar bandopnamen en aantekeningen in beslag. Het boek geldt sindsdien als een van de scherpste getuigenissen over deze oorlog.

Tsjernobylgebed — 1997

Tien jaar lang sprak Alexijevitsj met meer dan vijfhonderd betrokkenen bij de kernramp van april 1986: brandweerlieden, liquidatoren, artsen, natuurkundigen, dorpelingen die weigerden weg te gaan. Het boek opent met de weduwe van een brandweerman die haar stervende man verzorgt terwijl zijn lichaam radioactief is — een monoloog die het register zet voor de rest. Alexijevitsj laat de getuigen vrijwel zonder commentaar aan het woord en behandelt Tsjernobyl niet als technisch ongeluk maar als het einde van een wereldbeeld. De Amerikaanse vertaling kreeg in 2005 de National Book Critics Circle Award voor non-fictie. In 2013 verscheen een herziene, uitgebreide versie.

Het einde van de rode mens — 2013

Het slotdeel van de cyclus gaat over wat er na 1991 van de Sovjetmens werd. Alexijevitsj verzamelde gesprekken uit twee decennia: aanhangers van de perestrojka, hardnekkige stalinisten, gevluchte Armeniërs en Tadzjieken, mensen die alles verloren en mensen die alles kochten, en opvallend veel zelfmoorden. De optelsom is een portret van een bevolking die de vrijheid kreeg waar ze naar verlangde en er niet mee overweg kon, en van de nostalgie waarop het latere Rusland is gebouwd. Het boek werd bekroond met de Prix Médicis essai en droeg zwaar aan de toekenning van de Nobelprijs, twee jaar nadat ze de Vredesprijs van de Duitse boekhandel had gekregen.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen