Winschoten, 19 april 1942 — Atlantische Oceaan, 1975 — conceptueel kunstenaar, filmmaker en fotograaf
Bas Jan Ader groeide op in Drieborg, in het oosten van Groningen, als zoon van twee predikanten; zijn vader werd in 1944 door de bezetter gefusilleerd wegens het onderbrengen van Joodse onderduikers. Ader volgde korte tijd een opleiding aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveldacademie, waar Ger van Elk en Wim T. Schippers tot zijn kring hoorden, en monsterde op zijn negentiende aan op een jacht dat voor de kust van Californië strandde. Hij bleef in Los Angeles, studeerde aan het Otis Art Institute en behaalde in 1967 een master aan Claremont Graduate School. Vanaf 1970 volgde zijn productiefste periode, met korte zwart-witfilms en fotowerken waarin hij zelf de enige uitvoerder is en waarin steeds hetzelfde gebeurt: hij verliest de controle. Vallen is bij hem geen grap maar een methode — zwaartekracht als medium, het heldhaftige falen als onderwerp, en daaronder een romantische toon die in de conceptuele kunst van die jaren zeldzaam was. Zijn oeuvre bleef klein: een handvol films, foto's en drukwerk, verspreid via galeries als Art & Project in Amsterdam. In 1975 vertrok hij vanaf Cape Cod voor een solo-oversteek van de Atlantische Oceaan, het middendeel van een drieluik; hij kwam nooit aan. Sinds de jaren negentig is zijn werk wereldwijd tentoongesteld en geldt hij als een van de invloedrijkste Nederlandse kunstenaars van de twintigste eeuw.
De twee valfilms uit 1970 vormen de kern van zijn werk. In Fall I zit Ader op een stoel op het schuine dak van zijn huis, tot hij kantelt en in de struiken verdwijnt. In Fall II, negentien seconden lang en gefilmd langs een Amsterdamse gracht, fietst hij met een bos bloemen in de hand, verliest zijn stuur en gaat kopje-onder; de film breekt af zodra hij uit beeld is. De opnamen laten zien dat het ongeluk zorgvuldig was geënsceneerd. Wat als toeval oogt is gecomponeerd, en juist die dubbelheid — komisch en fataal tegelijk — maakte de films tot ijkpunten.
Een stille zwart-witfilm van enkele minuten waarin Ader in close-up huilt, en een foto waarin datzelfde verdriet is stilgezet. De reden wordt nooit gegeven: de titel meldt alleen de omvang, niet de aanleiding. Een still werd als ansichtkaart, gedateerd 13 september 1970, naar vrienden en kennissen gestuurd, met de zin in handschrift op de achterkant. De eerste versie van de film, gemaakt in Claremont, ging verloren; in 1971 nam hij het werk in Amsterdam opnieuw op. Het is zijn bekendste werk geworden en wordt tot vandaag door andere kunstenaars geciteerd en nagespeeld.
Bijna twee minuten lang hangt Ader met zijn handen aan een tak boven een sloot in het Amsterdamse Bos. Er gebeurt niets, behalve het langzame bezwijken van zijn greep; dan valt hij in het water. De camera blijft op afstand en registreert onbewogen. Waar de valfilms uit 1970 het ongeluk in scène zetten, laat dit werk het echte uithoudingsvermogen zien: de val is onvermijdelijk, alleen het moment ligt niet vast. Ader maakte in hetzelfde jaar een tegenhanger, Broken Fall (Geometric), waarin hij bij de vuurtoren van Westkapelle tegen een schraag aan valt.
Het drieluik dat hij niet afmaakte. Het eerste deel, One Night in Los Angeles (1973), bestaat uit achttien nachtfoto's waarop Ader met een zaklamp door de stad zwerft, met regels uit het nummer Searchin' erbij geschreven. Het tweede deel was de oversteek zelf: op 9 juli 1975 vertrok hij uit Chatham op Cape Cod in de Ocean Wave, een aangepaste Guppy 13 van dertien voet. Het derde deel zou een vergelijkbare nachtelijke zoektocht in Nederland worden, af te sluiten in Groningen. Zijn onbemande boot werd op 18 april 1976 ten zuidwesten van Ierland teruggevonden, half verticaal in het water; over wat er gebeurde bestaan alleen vermoedens.