Portret van Hella Haasse

Hella Haasse

Batavia, 2 februari 1918 — Amsterdam, 29 september 2011 — Nederlands schrijfster

Hélène Serafia Haasse groeide op in Nederlands-Indië als dochter van een bestuursambtenaar en een concertpianiste, en kwam in 1938 naar Nederland. Ze begon aan een studie Scandinavische talen, stapte over naar de toneelschool en speelde enige tijd toneel; pas in de oorlogsjaren ging ze schrijven. Haar prozadebuut kwam tot stand via een prijsvraag: anoniem, onder het Maleise motto Soeka Toelis, stuurde zij de novelle Oeroeg in, die in 1948 als Boekenweekgeschenk verscheen en haar naam in één klap vestigde. Wat daarop volgde is een oeuvre in vier grofweg te onderscheiden lijnen: historische romans, documentair-historische romans die op archiefmateriaal berusten, Indische romans en eigentijdse romans. Wat die lijnen bindt is een terugkerende preoccupatie: het verleden en de ander laten zich niet volledig kennen. Haasse werkt met brieven, dagboeken en dossiers, en laat de naden van die reconstructie zichtbaar; het raadsel wordt zelden opgelost. In 1981 verhuisde zij met haar man naar Frankrijk, waar zij tien jaar bleef en in relatieve afzondering haar documentaire romans schreef; in 1990 keerde zij terug naar Amsterdam. Zij ontving de Constantijn Huygensprijs (1981), de P.C. Hooftprijs 1983 — uitgereikt in 1984 — en in 2004 de Prijs der Nederlandse Letteren. Als enige schreef zij driemaal het Boekenweekgeschenk. Haar werk verscheen in tientallen landen in vertaling, en zij gold lange tijd als de grande dame van de Nederlandse letteren, een positie waar zij zelf laconiek over bleef. Zij stierf in Amsterdam op 93-jarige leeftijd.

Vier werken

Oeroeg — 1948

Een naamloze verteller kijkt terug op zijn jeugdvriendschap met Oeroeg, de zoon van de mandoer op de onderneming van zijn vader. Wat als vanzelfsprekende kameraadschap begint, loopt stuk op wat de twee jongens scheidt: de een is planterszoon, de ander wordt vrijheidsstrijder. Het boek verscheen midden in de dekolonisatieoorlog, zonder auteursnaam, als geschenk bij de Boekenweek. De slotregel over de onkenbaarheid van de ander is de bekendste zin uit Haasses werk geworden. Oeroeg werd in elf talen vertaald, in 1993 verfilmd door Hans Hylkema, en behoorde generaties lang tot de vaste schoolkost; in 2009 werd het herdrukt voor Nederland Leest.

Het woud der verwachting — 1949

De eerste grote historische roman, geschreven tussen 1944 en 1947 en opgedragen aan haar in 1947 gestorven dochtertje. Zij volgt het leven van Charles d'Orléans (1394-1465), Frans prins en dichter, die na de slag bij Azincourt vijfentwintig jaar in Engelse gevangenschap doorbracht en daar begon te dichten. De titel ontleende Haasse aan een van zijn eigen verzen. Het boek werd in de Nederlandse pers goed ontvangen en groeide uit tot een internationale bestseller. Simon Vestdijk, zelf schrijver van historische romans, hield een slag om de arm en vond de romanvorm hier eerder een façade voor een geromanceerde biografie.

Heren van de thee — 1992

Haasse kreeg van nazaten van de familie Kerkhoven inzage in een omvangrijk brievenarchief, en maakte daaruit het levensverhaal van Rudolf Kerkhoven en zijn vrouw Jenny Roosegaarde Bisschop. Vanaf 1871 bouwen zij in de heuvels van de Preanger op Java de theeonderneming Gamboeng op. Rudolf verhardt tot autocratisch planter, Jenny vereenzaamt en verbittert; de koloniale politiek schuift op de achtergrond mee. Het boek verscheen tijdens de Boekenweek van 1992, werd Haasses grootste bestseller, kreeg de CPNB Publieksprijs in 1993 en werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Het is ook haar meest vertaalde titel.

Sleuteloog — 2002

De laatste roman, en de terugkeer naar het uitgangspunt van Oeroeg. Kunsthistorica Herma Warner, hoogbejaard en teruggetrokken, krijgt van een journalist de vraag wat zij weet van een zekere Mila Wychinska — op de meegestuurde foto herkent zij haar Indische jeugdvriendin Dee Mijers. De sleutel van de ebbenhouten kist waarin haar papieren liggen is zoek, zodat zij op haar geheugen is aangewezen. Wat bovenkomt zijn de scheidslijnen tussen blanke en Indo-Europese families, een vriendschap die op politiek stukliep, en een vermoeden over haar eigen man. De roman kreeg de NS Publieksprijs en de Dirk Martensprijs.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen