New York, 6 november 1969 — schrijver
Arch Colson Chipp Whitehead groeide op in Manhattan als kind van ondernemende ouders die een wervingsbureau runden — een zwart, welgesteld New Yorks milieu dat in de Amerikaanse literatuur zelden werd beschreven. Hij studeerde Engels en vergelijkende literatuurwetenschap in Harvard, kwam er in 1991 vanaf en ging aan de slag bij The Village Voice, waar hij televisie, muziek en boeken besprak. Die achtergrond is merkbaar gebleven: Whitehead schrijft met het gehoor van een popcriticus en met een voorkeur voor de vormen van de massacultuur. Zijn eigenaardigheid als schrijver is dat hij zich telkens opnieuw uitvindt in een ander genre — detective, folkloristische kroniek, coming-of-age, zombieroman, slavernijverhaal, heistroman — zonder de kern los te laten: hoe Amerika zichzelf de geschiedenis van zijn eigen racisme vertelt, en welke leugens daarvoor nodig zijn. In 2002 kreeg hij een MacArthur Fellowship, de zogenoemde genius grant, op grond van zijn eerste twee romans. Daarna volgden ruim tien jaar waarin hij goed maar niet groot was, tot The Underground Railroad in 2016 alles veranderde: National Book Award, Pulitzerprijs, Oprah's boekenclub, wereldwijde vertalingen. Toen hij vier jaar later opnieuw de Pulitzer kreeg, was hij de eerste schrijver ooit die de prijs voor twee opeenvolgende boeken won. Hij woont in New York, is getrouwd met literair agent Julie Barer en heeft twee kinderen.
Het debuut, geschreven toen Whitehead negenentwintig was, speelt in een naamloze wolkenkrabberstad in een tijd die noch heden noch verleden is. Binnen de Dienst Liftinspectie woeden twee scholen: de empiristen, die meten en tellen, en de intuïtionisten, die een lift binnenstappen en de gebreken aanvoelen. Lila Mae Watson, de eerste zwarte vrouw in de dienst en de nauwkeurigste inspecteur die er is, wordt de zondebok wanneer een lift die zij heeft goedgekeurd in vrije val gaat. Haar zoektocht voert naar de verloren aantekeningen over de "zwarte doos", de perfecte lift die de stad zou herscheppen. Verticaliteit als metafoor voor sociale stijging: de roman was finalist voor de PEN/Hemingway Award en leverde hem een Whiting Award op.
John Henry is de zwarte spoorwegarbeider uit de Amerikaanse folklore die het opnam tegen een stoomboor, won en ter plekke dood neerviel. Whitehead zet daar J. Sutter tegenover, een zwarte freelancejournalist die van het ene persevenement naar het andere reist en een privérecord najaagt: elke dag een junket. Zijn opdracht brengt hem in 1996 naar Talcott, West Virginia, voor de onthulling van een postzegel ter ere van John Henry. Rond die twee lijnen waaiert een grote hoeveelheid nevenverhalen uit over honderdvijftig jaar. De roman was finalist voor de Pulitzerprijs en de National Book Critics Circle Award en won de Young Lions Fiction Award en de Anisfield-Wolf Book Award.
De ondergrondse hulproute waarmee tot slaaf gemaakten in de negentiende eeuw naar het noorden ontsnapten, is hier geen netwerk van schuiladressen maar een letterlijke spoorweg onder de grond, met locomotieven, machinisten en stations. Cora vlucht van een katoenplantage in Georgia en komt in elke staat waar de trein stopt in een ander Amerika terecht — het ene met wetenschappelijke sterilisatieprogramma's, het volgende met de galg langs de weg — terwijl de slavenvanger Ridgeway haar op de hielen zit. Het boek won de National Book Award 2016 en de Pulitzerprijs 2017, werd door Barry Jenkins verfilmd als miniserie, en veranderde Whitehead van een gewaardeerd auteur in een publieke figuur.
Gebaseerd op de Arthur G. Dozier School for Boys in Florida, waar decennialang jongens werden mishandeld en waar na de sluiting in 2011 tientallen ongemarkeerde graven werden gevonden. Elwood Curtis, een idealistische zwarte scholier die zijn hoop op Martin Luther King heeft gevestigd, wordt door een misverstand naar de Nickel Academy gestuurd en raakt bevriend met de cynische Turner, die weet dat overleven en gelijk hebben twee verschillende dingen zijn. Het boek is korter en soberder dan zijn voorganger en eindigt met een wending die alles ervoor herschikt. Het leverde Whitehead in 2020 zijn tweede Pulitzerprijs op, plus de Kirkus Prize en de Orwell Prize for Political Fiction; RaMell Ross' verfilming uit 2024 werd genomineerd voor een Oscar voor beste film.