Geboren 1952 — Amerikaans antropoloog
Anna Lowenhaupt Tsing groeide op in een Chinees-Amerikaans gezin, studeerde in Yale en promoveerde in 1984 in Stanford. Na korte aanstellingen in Boulder en Amherst kwam zij terecht aan de University of California, Santa Cruz, waar zij sindsdien antropologie doceert. Haar veldwerk begon in de Meratus-bergen van Zuid-Kalimantan, bij een gemeenschap van Dayak die in het Indonesische staatsbestel als achterlijk en onbestuurbaar gold. Uit die keuze voor de marge komt de gedachte voort die haar hele werk draagt: dat de wereld niet wordt gemaakt in de centra van macht maar in de wrijving tussen ongelijke partijen, en dat wie het geheel wil begrijpen naar de randen moet kijken. Vanaf 2010 verschoof haar aandacht naar de verhouding tussen mensen en andere soorten. Van 2013 tot 2018 bekleedde zij de Niels Bohr-leerstoel aan de universiteit van Aarhus, waar zij het onderzoekscentrum AURA leidde en een manier van werken ontwikkelde die antropologen, biologen, kunstenaars en historici in één project samenbracht. Met Donna Haraway muntte zij de term Plantationocene, die de plantage — met haar dwangarbeid, monocultuur en raciale geweld — als het eigenlijke beginpunt van de ecologische crisis aanwijst, in plaats van het diffuse "de mens" van het Antropoceen. Haar toon is essayistisch, associatief en afkerig van grote systemen; zij schrijft liever in fragmenten dan in betogen. Zij ontving onder meer een Guggenheim Fellowship (2010) en in 2018 de Huxley Memorial Medal van het Royal Anthropological Institute. Van 1999 tot zijn dood in 2024 was zij de partner van politicoloog James C. Scott.
Tsings eerste boek doet verslag van haar veldwerk bij de Meratus Dayak. Centraal staat Uma Adang, een vrouwelijke leider en sjamaan wier mythologie, politiek en humor de auteur dwingen haar eigen categorieën los te laten. In plaats van een sluitend cultuurbeeld te construeren laat Tsing haar gesprekspartners terugkijken, en onderzoekt zij marginaliteit als een positie die door de staat wordt gemaakt en niet als een eigenschap van een volk. Het boek verbindt antropologie met feministische theorie en cultural studies en werd bekroond met de Harry J. Benda Prize van de Association for Asian Studies in 1994; In the Realm of the Diamond Queen geldt sindsdien als een sleuteltekst over gender en marginaliteit.
In Friction keert Tsing terug naar Kalimantan, nu om de kaalslag van het regenwoud in de jaren tachtig en negentig te volgen. Zij verzet zich tegen het idee van globalisering als een gladde, onvermijdelijke stroom en stelt daar frictie tegenover: het onhandige, ongelijke en soms productieve schuren van partijen die elkaar niet begrijpen — dorpsoudsten, milieuactivisten, buitenlandse investeerders, ontwikkelingsorganisaties. Juist uit dat misverstand ontstaat beweging. Methodisch is het boek opgebouwd uit etnografische fragmenten in plaats van één doorlopend verhaal. Het deelde de Senior Book Prize van de American Ethnological Society en werd standaardliteratuur in geografie, sociologie en milieustudies.
Tsings bekendste boek volgt de matsutake, een kostbare paddenstoel die uitsluitend groeit in bossen die door mensen zijn verwoest. Van plukkers in Oregon — Hmong-veteranen, Cambodjaanse vluchtelingen, libertaire Amerikanen — via Chinese handelaren en Finse bosbeheerders tot fijnproevers in Japan reconstrueert zij een handelsketen die zich niet naar het model van de fabriek laat lezen. De paddenstoel wordt zo een figuur voor overleven in kapitalistische ruïnes: samenwerking zonder plan, waarde zonder loondienst. Het boek won in 2016 zowel de Gregory Bateson Prize als de Victor Turner Prize en werd ver buiten de antropologie gelezen. In 2021 verscheen de Nederlandse vertaling als De paddenstoel aan het einde van de wereld.
Geen boek maar een digitale publicatie van Stanford University Press: een doorklikbare atlas van negenenzeventig veldrapporten van wetenschappers, kunstenaars en geesteswetenschappers, samengebracht door Tsing met Jennifer Deger, Alder Keleman Saxena en Feifei Zhou. Feral Atlas gaat over verwilderde ecologieën — soorten en stoffen die door menselijke infrastructuur zijn aangemoedigd maar zich vervolgens aan alle controle onttrekken. De vorm is bewust weerbarstig: geen index of hoofdstukvolgorde maar geschilderde landschappen waarin de lezer zelf paden kiest. Het project kreeg in 2021 een gouden Independent Publisher Book Award en in 2025 de ACLS Open Access Book Prize.