Portret van Lucebert

Lucebert

Amsterdam, 15 september 1924 — Alkmaar, 10 mei 1994 — dichter en beeldend kunstenaar

Lubertus Jacobus Swaanswijk groeide op aan de Lauriergracht en in de Jordaan, in een gezin met geldzorgen en een slecht huwelijk; zijn moeder verliet het huis toen hij twee was. Hij bezocht in 1938 een half jaar de Kunstnijverheidsschool en bleef daarna op eigen houtje tekenen en schrijven. In de oorlog werkte hij in Duitsland; hij hield later vol dat hij daartoe was gedwongen, maar uit de biografie van Wim Hazeu uit 2018 bleek dat hij er uit eigen beweging heen ging, en kwamen ruim zestig brieven aan jeugdvriendin Tiny Koppijn boven water waarin hij zich antisemitisch uitliet en het verlangen naar een groot Germaans rijk uitsprak. Die brieven, in 2022 verworven door het Literatuurmuseum, leidden tot een langdurige discussie over zijn nalatenschap, waarnaar het museum in opdracht van de gemeente Bergen onderzoek deed. Na de oorlog schilderde hij in ruil voor onderdak een muurschildering voor een franciscaner klooster, die door de zusters werd overgewit. Zijn eigenlijke debuut kwam in 1949 in het tijdschrift Reflex met minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia, geschreven tijdens de politionele acties. Als dichter van de Experimentele Groep in Holland raakte hij korte tijd bij Cobra betrokken en werd hij het boegbeeld van de Vijftigers. Bekroningen volgden: de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, de Constantijn Huygensprijs in 1965, de P.C. Hooftprijs in 1967 en de Prijs der Nederlandse Letteren in 1983.

Vier werken

triangel in de jungle / de dieren der democratie — 1951

Luceberts eerste bundel, feitelijk twee bundels onder één omslag. De taal is hier al volledig zijn eigen: woorden worden op klank en associatie aan elkaar gekoppeld, grammatica en interpunctie worden losgelaten, en het gedicht ontwikkelt zich als een improvisatie eerder dan als een betoog. De titels zetten de toon voor wat volgt — de jungle en de dierentuin van de naoorlogse samenleving, bekeken door iemand die het burgerlijk fatsoen niet vertrouwt. De bundel maakte hem in één klap tot de meest besproken van de experimentele dichters en leverde hem de bijnaam op die aan hem bleef kleven: keizer der Vijftigers.

apocrief / de analphabetische naam — 1952

De bundel waarin het programmatische gedicht 'school der poëzie' staat, met de regel dat lyriek de moeder is van de politiek en de dichter niets dan omroeper van oproer. Het is een afrekening met de zangerige, humanistische poëzie van voor de oorlog, geschreven vanuit de overtuiging dat de oorlog de oude idealen onmogelijk had gemaakt. In 1953 kreeg Lucebert er de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor. Bij de uitreiking in maart 1954 in het Stedelijk Museum verscheen hij verkleed als keizer, met gevolg; het gezelschap werd door de suppoosten tegengehouden en door de politie naar buiten gezet.

van de afgrond en de luchtmens — 1953

Met deze bundel wordt de toon donkerder en het beeldgebruik dwingender. De luchtmens en de afgrond staan tegenover elkaar als het verlangen om te stijgen en het besef dat er niets onder zit; het is de meest expliciet mystieke van zijn vroege bundels, en tegelijk de meest lichamelijke. Lucebert zelf sprak van het 'proefondervindelijk gedicht': geen uitdrukking van een gedachte die er al was, maar een proces waarin het denken zich al schrijvend voltrekt. Samen met de twee voorgaande bundels vormt dit boek de kern waarop zijn reputatie als vernieuwer van de Nederlandse poëzie berust.

de zeer oude zingt — 1974

Het gedicht waaruit de regel 'alles van waarde is weerloos' komt, veruit de bekendste die Lucebert schreef. Het is een kort, hermetisch vers over zijn en worden, dat door filosofen wel in verband is gebracht met Parmenides. Het bleef jarenlang ongepubliceerd en verscheen pas in de Verzamelde gedichten van 1974, in de afdeling met ongebundeld werk uit de periode 1952–1963. Sinds 1978 staat de regel in neonletters op een kantoorgebouw aan de Blaak in Rotterdam, in opdracht van een verzekeringsmaatschappij; de letters werden in 2012 verwijderd en in 2017 teruggeplaatst. Buiten die ene regel wordt het gedicht zelden gelezen.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen