Portret van Paul Verhaeghen

Paul Verhaeghen

Lokeren, 1965 — Vlaams schrijver en cognitief psycholoog

Paul Verhaeghen groeide op in Aalst en Koksijde, liep school bij de jezuïeten en studeerde psychologie in Leuven, waar hij in 1994 promoveerde op een proefschrift over geheugentraining bij ouderen. Sinds 1997 werkt hij in de Verenigde Staten: eerst aan Syracuse University, vanaf 2007 aan het Georgia Institute of Technology in Atlanta, waar hij hoogleraar is en onderzoek doet naar aandacht, werkgeheugen en cognitieve veroudering, en later ook naar de effecten van meditatie. Het schrijverschap loopt daar als een tweede spoor naast. Verhaeghen publiceerde weinig, maar met grote gevolgen: zijn debuut Lichtenberg (1996) leverde hem meteen een debuutprijs op, en Omega Minor (2004) werd het meest bekroonde Vlaamse boek van dat decennium. Zijn proza is encyclopedisch en barok, verzadigd van natuurkunde, neurologie, geschiedenis en woordspel; critici brachten hem in verband met Pynchon en Richard Powers, en in het Nederlandse taalgebied met Mulisch. Terugkerend is de vraag hoe betrouwbaar een verhaal over het verleden kan zijn — bij Verhaeghen is elke getuigenis ook een constructie. Zijn Amerikaanse ballingschap is niet louter academisch: uit protest tegen de inval in Irak en de martelpraktijken die erop volgden liet hij het prijzengeld van Omega Minor overmaken aan de burgerrechtenorganisatie ACLU, om te vermijden dat er via de belastingen iets van bij de regering-Bush zou belanden. Hij vertaalde die roman zelf in het Engels en won daarmee in 2008 de Independent Foreign Fiction Prize. Sindsdien publiceert hij vooral als wetenschapper.

Vier werken

Lichtenberg — 1996

Het debuut, met de volledige titel Lichtenberg. Een roman, hoewel opgebouwd uit slechts twee vragen, toch verdeeld in dertien hoofdstukken. Hoofdpersoon Tom Pepermans is een Belgische medewerker aan een Nederlandse universiteit; om hem heen bewegen zich een op macht beluste rector in spe, een citaten spuiende portier, een pater en een zichzelf programmerende conversatiepartner. In gesprekken met zijn huisgenoten blikt Pepermans terug op zijn ex-vriendin en op de Leuvense gitaarband waarin ze allebei speelden. Het boek viel op door zijn barokke taal en zijn spelzucht met vorm — de recensies spraken meteen over een groot talent — en werd in 1997 bekroond met de debuutprijs van de ASLK.

De Venusberg Variaties — 1999, met Isabelle Rossaert

Een brievenboek over erotiek, geschreven samen met Isabelle Rossaert: twee correspondenten die niet over daad en penetratie willen schrijven maar over het gebied eromheen, de Venusberg uit de Tannhäusersage als beeld voor het verlangen zelf. Het boek staat in Verhaeghens oeuvre wat apart — het is het enige dat hij in samenwerking schreef — maar het legt wel de basis voor de manier waarop seksualiteit in Omega Minor functioneert: niet als intermezzo maar als een van de motoren van het verhaal. Het bleef veel minder bekend dan de twee romans die het omringen.

Omega Minor — 2004

Een roman van ruim zeshonderd bladzijden over de twintigste eeuw als aaneenschakeling van verraad. In Berlijn in 1995 vertelt de oude Auschwitzoverlevende Jozef de Heer zijn leven aan de Vlaamse postdoc Paul Andermans; een tweede lijn volgt de natuurkundige Goldfarb, van het Manhattanproject tot een laboratorium in Potsdam. De lijnen komen samen op de vijftigste verjaardag van Hitlers dood. De titel verwijst naar de dichtheidsparameter uit de kosmologie, maar even goed naar de vraag of er verlossing bestaat. Het boek werd bekroond met de F. Bordewijkprijs in 2005 en met de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap en de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies; Verhaeghens eigen Engelse vertaling won in 2008 de Independent Foreign Fiction Prize.

Presence — 2017

Ondertitel: How Mindfulness and Meditation Shape Your Brain, Mind, and Life. Verhaeghen mediteert sinds zijn tienerjaren en geeft er af en toe les in; in dit boek zet hij zijn twee levens naast elkaar en vat hij samen wat het cognitief-psychologische en neurowetenschappelijke onderzoek naar meditatie werkelijk heeft opgeleverd. Hij bespreekt wat er in het lichaam en in het brein gebeurt tijdens het mediteren, welke sporen langdurige beoefening nalaat in de hersenstructuur, en waar mindfulness als therapie bij depressie, angst en pijn wel en niet houdbaar is. De toon is nuchter en soms ontnuchterend: het is een boek dat de claims van de mindfulnessindustrie tegen de data legt.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen