Haarlem, 14 augustus 1952 — Nederlands filmmaker, theatermaker, schrijver, acteur en schilder
Alex van Warmerdam groeide op in IJmuiden, als zoon van een toneelmeester in de schouwburg van Velsen, en studeerde in 1974 af aan de Rietveld Academie in vrije grafiek en schilderkunst. Zijn loopbaan begon niet in de film maar in het muziektheater: hij was medeoprichter van Hauser Orkater, aanvankelijk als vormgever en ideeënman, later steeds meer als tekstschrijver, en richtte in 1980 met zijn broer Marc het gezelschap De Mexicaanse Hond op. Die theaterpraktijk is in zijn films nooit verdwenen. Hij schrijft, regisseert, componeert soms, speelt vrijwel altijd zelf een rol en ontwerpt de affiches; verschillende voorstellingen werden later verfilmd. Zijn universum is herkenbaar aan een strak gekadreerd, kaal Nederlands decor, een vlakke acteerstijl, droge zwarte humor en een weigering om personages psychologisch te verklaren; de beschaving blijkt er telkens flinterdun. Omdat de locaties die hij voor ogen heeft meestal niet bestaan, laat hij ze bouwen: een straat en een bos in de Flevopolder, een boerderij, twee keer een complete villa met tuin. Het werk is een familiebedrijf — broer Marc produceert, broer Vincent componeerde de vroege films, zijn vrouw Annet Malherbe speelt bijna altijd mee. Naast films maakt hij toneel, romans, een dichtbundel en schilderijen, met een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam en vertegenwoordiging door galerie GRIMM. In 2010 kreeg hij de Johannes Vermeer Prijs, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten. Hij wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste auteur van de Nederlandse film en heeft, zeker in Frankrijk, een vast buitenlands publiek.
Speelfilmdebuut over een man van eenendertig die het ouderlijk huis niet uit komt, vliegen doorknipt met een schaar en de buren door een verrekijker bespiedt, tot zijn tirannieke vader hem de deur uit zet en hij bij een prostituee belandt die de minnares van zijn vader blijkt. Van Warmerdam speelt Abel zelf, tegenover Henri Garcin en Olga Zuiderhoek. De film werd geprezen om de dialogen, de hypergestileerde vormgeving en de absurde toon, trok ruim driehonderdduizend bezoekers en won Gouden Kalveren voor Beste Film en Beste Regie. Zo'n film was in Nederland niet eerder gemaakt.
Eén straat van een nooit afgebouwde nieuwbouwwijk aan de rand van een rechthoekig productiebos, ergens rond 1960. De slager, zijn in heiligheid vluchtende vrouw, een bijziende jachtopziener en een postbode die alle brieven leest — Van Warmerdam speelt hem zelf — bewegen zich rond de twaalfjarige Thomas, die zich met het nieuws over Congo identificeert en zich als Lumumba zwart schminkt, een gegeven dat inmiddels problematisch wordt gevonden. De film leverde Gouden Kalveren op voor Beste Regie en voor acteur Rudolf Lucieer, was de Nederlandse Oscarinzending, won drie Felixen op de European Film Awards en staat sinds 2007 in de Canon van de Nederlandse Film.
Niet een mens maar een blauwe zomerjurk met blaadjesmotief is de hoofdpersoon: de film volgt het kledingstuk van ontwerptafel naar confectiefabriek en vervolgens langs een reeks draagsters, voor wie het steeds slecht afloopt. Van Warmerdam speelt de treinconducteur die door de jurk in een obsessie raakt; hij ontwierp ook de stof en schilderde het doek waarop de jurk te zien is. Het was de eerste film die de broers met hun eigen Graniet Film produceerden. In Venetië werd hij bekroond door de internationale filmjournalisten, en op het Nederlands Film Festival volgden nominaties voor onder meer regie.
Een zwerver wordt met geweren uit zijn ondergrondse schuilplaats verjaagd, belt aan bij een villa in een welgestelde buitenwijk en vraagt of hij een bad mag nemen. Wat volgt is een kalme, methodische ontmanteling van een gezin, uitgevoerd door Borgman en zijn handlangers, zonder dat de film ooit uitlegt wie of wat zij zijn. Voor de opnamen liet Van Warmerdam een villa met tuin bouwen. Het was de eerste Nederlandse film in achtendertig jaar in de hoofdcompetitie van Cannes; hij won Gouden Kalveren voor Beste Film, Beste Scenario en Beste Actrice (Hadewych Minis), werd bekroond in Sitges en was de Nederlandse Oscarinzending, zonder nominatie.