Portret van Astrid Lindgren

Astrid Lindgren

Vimmerby, 14 november 1907 — Stockholm, 28 januari 2002 — Zweeds schrijver en scenarist

Astrid Anna Emilia Ericsson groeide op op de pachtboerderij Näs bij Vimmerby in Småland, in een gezinsleven dat ze later als bijna onbekommerd beschreef en dat in vrijwel al haar boeken terugkeert als landschap. Op haar achttiende vertrok ze naar Stockholm; ze kreeg op haar negentiende een zoon buiten het huwelijk, die enkele jaren bij een pleeggezin in Kopenhagen woonde — een ervaring die de eenzaamheid van kinderen in haar werk mede verklaart. Ze werkte als secretaresse, trouwde in 1931 met Sture Lindgren en kreeg in 1934 dochter Karin. Voor die dochter, ziek in bed in 1941, verzon ze Pippi Långstrump; toen ze in 1944 haar voet verstuikte schreef ze de verhalen op. Bonniers wees het manuscript af, maar bij uitgeverij Rabén & Sjögren won ze eerst een tweede prijs met Britt-Mari lättar sitt hjärta (1944) en het jaar daarop de eerste prijs met een herschreven Pippi. Ze werd redacteur bij diezelfde uitgeverij en bleef dat decennialang, naast haar eigen productie van ruim dertig kinderboeken. Haar toon is direct, komisch en zonder moraliserende bijklank, en ze schreef consequent vanuit het perspectief van het kind — reden waarom bijna elk nieuw boek een pedagogisch debat uitlokte. Ze werd een publieke stem: haar satire over de belastingdruk droeg in 1976 bij aan de val van de sociaaldemocratische regering, en haar dankrede Aldrig våld! bij de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels (1978) leidde ertoe dat Zweden een jaar later als eerste land het slaan van kinderen verbood. Ze ontving in 1958 de Hans Christian Andersen-medaille en in 1994 de Right Livelihood Award.

Vier werken

Pippi Långstrump — 1945

Een negenjarig meisje woont zonder ouders in Villa Villekulla, met een aap en een paard, een koffer vol goudstukken en meer kracht dan enige volwassene. Ze liegt vrolijk, gaat niet naar school en zet iedere autoriteit die haar wil corrigeren voor gek. Het boek verscheen in november 1945 en was binnen twee weken in meer dan twintigduizend exemplaren verkocht. Even snel kwam de tegenstand: hoogleraar John Landquist noemde Pippi in 1946 in Aftonbladet een onaangename verschijning en verweet de jury slechte smaak. Die polemiek maakte het boek alleen bekender. De Pippi-boeken zijn inmiddels in tientallen talen vertaald.

Mio, min Mio — 1954

Bo Vilhelm Olsson, een ongewenst pleegkind in Stockholm, belandt in het Land in de Verte, blijkt daar de zoon van de koning te zijn en moet de wrede ridder Kato verslaan. Het is Lindgrens eerste volwaardige sprookjesroman en tegelijk haar eerste boek waarin verlangen en angst de bovenhand krijgen op de humor: de reis is even goed te lezen als de troostfantasie van een verwaarloosd kind. De taal is plechtiger dan in haar andere werk, met veel herhaling en aanroep. Het boek geldt als het begin van de lijn die via Bröderna Lejonhjärta naar Ronja loopt.

Bröderna Lejonhjärta — 1973

Het idee ontstond bij een grafsteen op het kerkhof van Vimmerby voor twee jong gestorven broertjes. In het boek weet de doodzieke Karl dat hij zal sterven; zijn oudere broer Jonatan vertelt hem over Nangijala, waar ze elkaar zullen terugzien, en sterft zelf eerst bij een brand. Wat volgt is een verzetsverhaal in een sprookjesland, dat eindigt met een tweede dood en een sprong in het onbekende. De publicatie vlak voor de kerst van 1973 leidde tot een felle discussie: mocht een kinderboek zo openlijk over sterven gaan, en was het slot geen aanmoediging? Het boek is sindsdien een klassieker.

Ronja Rövardotter — 1981

Ronja groeit op als enig kind in een roversburcht in het bos en sluit vriendschap met Birk, de zoon van de rivaliserende roverhoofdman. Als beide vaders die vriendschap verbieden trekken de kinderen samen het bos in en leven ze een zomer lang buiten de clanlogica van hun ouders. Het is Lindgrens laatste grote roman en haar meest expliciete boek over gehoorzaamheid: Ronja's breuk met haar vader werd bij verschijning door sommigen als opruiend gelezen. De natuurbeschrijvingen behoren tot haar beste. Het boek werd in 1984 verfilmd door Tage Danielsson en later meermaals bewerkt voor animatie.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen