Portret van David Van Reybrouck

David Van Reybrouck

Brugge, 11 september 1971 — Belgisch cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver

David Van Reybrouck groeide op in een Vlaams gezin van bloemisten, boekbinders en handwerkslieden. Zijn vader werkte vlak na de onafhankelijkheid vijf jaar als spoorwegingenieur in Congo — een biografisch gegeven dat decennia later een heel oeuvre zou kleuren. Hij studeerde archeologie en filosofie in Leuven, behaalde een master wereldarcheologie in Cambridge en promoveerde in Leiden op de rol van etnografische en primatologische analogieën in de prehistorie. Als vaste medewerker van De Morgen schreef hij jarenlang essays en reportages, en van meet af aan zocht hij een vorm die academische belezenheid met verteltalent verzoent. Die vorm vond hij in wat je gesproken geschiedenis zou kunnen noemen: honderden interviews met ooggetuigen, verweven met archiefonderzoek en een strak chronologisch raamwerk. Kolonialisme en de nasleep ervan vormen het ene hoofdthema, de haperende representatieve democratie het andere. In 2011, na de Belgische regeringscrisis, richtte hij de G1000 op, een burgertop van gelote deelnemers; het idee van loting als aanvulling op verkiezingen kreeg via zijn pamflet internationale navolging. Zijn werk werd veelvuldig bekroond — met de AKO Literatuurprijs en de Libris Geschiedenis Prijs in 2010, de Prix Médicis essai in 2012 en de Gouden Ganzenveer in 2014 — maar riep ook weerwerk op: historici als Ludo De Witte verweten hem dat hij de westerse verantwoordelijkheid te zacht behandelt en dat mondelinge getuigenissen een wankele basis vormen. Van Reybrouck woont in Brussel en blijft, naast het schrijven, actief als pleitbezorger van deliberatieve democratie.

Vier werken

De plaag — 2001

Zijn debuut is een hybride: half reisverslag, half literaire speurtocht. Van Reybrouck reist naar Zuid-Afrika om uit te zoeken of Maurice Maeterlinck bij het schrijven over termieten heeft geleend van de Zuid-Afrikaanse natuuronderzoeker en dichter Eugène Marais. Wat begint als een plagiaatkwestie groeit uit tot een verkenning van taal, isolement en de politieke geschiedenis van een land dat net uit de apartheid komt. Het boek won in 2002 de Debuutprijs en stond op de shortlist van de Gouden Uil; het werd vertaald in het Afrikaans, Frans en Hongaars. Alle latere kenmerken zitten er al in: de auteur die zelf reist, de getuige die aan het woord komt, de geschiedenis die pas via een omweg zichtbaar wordt.

Congo. Een geschiedenis — 2010

Een boek van bijna zevenhonderd bladzijden dat de geschiedenis van Congo per decennium doorloopt, van vóór Stanley tot de Chinese aanwezigheid in het heden. Het bijzondere is niet de omvang maar de stem: Van Reybrouck laat Congolezen zelf vertellen, van de honderdjarige Nkasi tot handelaren in Guangzhou, en vlecht die getuigenissen door de chronologie heen. Het verscheen in het jaar van het vijftigjarig onafhankelijkheidsjubileum en werd bekroond met de AKO Literatuurprijs en de Libris Geschiedenis Prijs (beide 2010); de Franse vertaling kreeg in 2012 de Prix Médicis essai. Tegelijk kwam er scherpe kritiek: dat het koloniale geweld te veel wordt verzacht en de orale bronnen te veel gewicht krijgen.

Tegen verkiezingen — 2013

Een kort, polemisch pamflet met een provocerende titel. Van Reybrouck diagnosticeert wat hij het democratisch vermoeidheidssyndroom noemt — dalende opkomst, groeiend wantrouwen, politici die naar de volgende peiling kijken — en zoekt de remedie niet in méér verkiezingen maar in een ouder principe: loting, zoals in het klassieke Athene. Zijn concrete voorstel is bi-representatief: een gekozen kamer naast een kamer van gelote burgers. Het boek werd in ruim twintig talen vertaald, kreeg in 2014 de Henriëtte Roland Holst-prijs en droeg bij aan burgerfora in onder meer België, Nederland, Frankrijk en Ierland. Critici noemden het naïef: loting levert geen verantwoording op, en burgerfora blijven een zelfgeselecteerde elite.

Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld — 2020

Dezelfde methode als in Congo, nu toegepast op de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Van Reybrouck sprak nog met tientallen hoogbejaarde ooggetuigen — soldaten, dwangarbeiders, nationalisten — en zet de proclamatie van augustus 1945 en de vier jaar guerrilla die volgden neer als een scharnierpunt van de twintigste eeuw: het startsein voor wereldwijde dekolonisatie. Het boek werd in Nederland een bestseller, stond op de shortlist van de Libris Geschiedenis Prijs 2021 en kreeg in 2023 de Duitse Geschwister-Scholl-Preis. De Engelse vertaling haalde in 2024 de shortlists van zowel de Baillie Gifford Prize als de Cundill History Prize — voor de Baillie Gifford als eerste oorspronkelijk Nederlandstalige titel.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen