Saint-Pierre, Réunion, 26 februari 1956 — Frans romancier, dichter en essayist
Hij werd geboren als Michel Thomas op Réunion, als zoon van een berggids en een anesthesiste die zich al vroeg van hem afkeerden; hij groeide op bij familie, uiteindelijk bij de grootmoeder van vaderskant wier meisjesnaam hij later als pseudoniem aannam. Zijn geboortejaar is een van de kleine raadsels rond zijn persoon: de burgerlijke stand vermeldt 1956, hijzelf heeft herhaaldelijk 1958 opgegeven. Hij studeerde landbouwkunde aan het Institut national agronomique, werkte als informaticus en debuteerde laat: eerst met een essay over de horrorschrijver H.P. Lovecraft (1991) en met poëzie, daarna in 1994 met een eerste roman die door talloze uitgevers was geweigerd en bij de kleine Éditions Maurice Nadeau verscheen. Vier jaar later brak hij internationaal door. Wat sindsdien terugkeert is een klinisch, vlak proza, doorschoten met essayistische uitweidingen, over een westerse samenleving waarin de seksuele bevrijding een markt is geworden met winnaars en verliezers, en waarin geloof, gezin en gemeenschap zijn weggevallen zonder dat er iets voor in de plaats kwam. Zijn boeken zijn even vaak als literatuur als als provocatie besproken; hij is voor de rechter gedaagd om uitspraken over de islam, noemde zichzelf ooit ‘waarschijnlijk islamofoob’ en werd na 2015 een tijd onder politiebescherming geplaatst. De erkenning kwam desondanks: de Prix Novembre, de International Dublin Literary Award, in 2010 de Prix Goncourt, in 2019 de Oostenrijkse Staatsprijs voor Europese Literatuur en in 2025 de Jeruzalemprijs. Hij woonde achtereenvolgens in Ierland en Spanje en keerde terug naar Parijs.
De naamloze verteller van Extension du domaine de la lutte (De wereld als markt en strijd) is een dertigjarige analist-programmeur met een redelijk salaris, geen charme en geen vooruitzichten. Zijn stelling, die het hele latere oeuvre draagt, is dat het economisch liberalisme een tegenhanger heeft gekregen in het seksuele: ook daar is er een markt, en ook daar concentreert zich alles bij een kleine bovenlaag terwijl de rest met lege handen achterblijft. Het boek verscheen in de luwte en vond zijn publiek pas na 1998, toen de tweede roman insloeg. Philippe Harel verfilmde het in 1999.
De doorbraak. Les Particules élémentaires (Elementaire deeltjes) volgt twee halfbroers: Bruno, leraar en seksueel gedreven mislukkeling, en Michel, moleculair bioloog die de mensheid veracht en een ongeslachtelijke opvolgersoort ontwerpt. Daaromheen bouwt Houellebecq een aanklacht tegen de erfenis van mei 1968, die volgens hem individualisme en eenzaamheid heeft gelegitimeerd. Het boek veroorzaakte een rel in de Franse pers en werd tegelijk boek van het jaar bij Lire. Het kreeg de Prix Novembre 1998 — de laatste in die reeks: de stichter van de prijs keerde zich uit protest tegen de bekroning af. De Engelse vertaling won in 2002 de International Dublin Literary Award.
Het verhaal van Jed Martin, een kunstenaar die naam maakt met foto's van Michelinkaarten en met portretten van mensen in hun beroep, en die een zekere Michel Houellebecq — kluizenaar in Ierland, onaangenaam, uiteindelijk gruwelijk vermoord — vraagt zijn catalogustekst te schrijven. De roman is milder van toon dan het eerdere werk en gaat vooral over arbeid, ouder worden en de prijs van de dingen. Vlak na verschijnen bleek dat enkele passages vrijwel letterlijk uit Wikipedia kwamen; Houellebecq noemde de beschuldiging belachelijk en beriep zich op het bewust vermengen van document en fictie. De Prix Goncourt kreeg hij er niettemin voor, in 2010.
François, een vermoeide Huysmans-specialist aan de Sorbonne, ziet in een fictief 2022 een moslimpartij aan de macht komen en past zich zonder veel verzet aan: de universiteit islamiseert, de polygamie keert terug, en hij bekeert zich uit gemakzucht. Soumission (Onderworpen) is minder een pamflet dan een studie van onverschilligheid, maar werd meteen politiek gelezen. Het boek verscheen op 7 januari 2015, de ochtend waarop Charlie Hebdo met een spotprent van Houellebecq op de voorpagina in de kiosken lag en de redactie werd aangevallen; onder de twaalf doden was zijn vriend, de econoom Bernard Maris. Hij brak de promotie af.