Portret van Annie M.G. Schmidt

Annie M.G. Schmidt

Kapelle, 20 mei 1911 — Amsterdam, 21 mei 1995 — Nederlands schrijfster, dichteres en tekstschrijfster

Anna Maria Geertruida Schmidt groeide op in de pastorie van het Zeeuwse Kapelle, als dochter van een hervormd predikant en een moeder die haar de namen gaf van twee eerder gestorven zusjes en haar Zus noemde. Het was geen gelukkige jeugd: het huwelijk van haar ouders was slecht, en zij was het lezende kind dat niet buiten speelde. Na de HBS in Goes en een mislukte notariaatsstudie werd ze bibliothecaresse, in 1941 directrice van de openbare bibliotheek in Vlissingen, en na de oorlog documentaliste bij Het Parool. Daar begon, met bijna veertig jaar, haar eigenlijke loopbaan: versjes en columns in de krant, teksten voor het Parool-cabaret De Inktvis, en al snel liedjes voor Wim Sonneveld, Wim Kan en Conny Stuart. In 1950 verschenen drie bundels tegelijk, waaronder Het fluitketeltje, haar eerste boek voor kinderen. Wat haar werk bijeenhoudt is een lichte, volstrekt vanzelfsprekende opstandigheid tegen gezag, deftigheid en burgerlijkheid, gedragen door een rijm dat schijnbaar moeiteloos klinkt. Ze schreef in vrijwel elk genre: verzen, kinderromans, columns, stripverhalen, hoorspelen, televisieseries, toneel en musicals, meestal met vaste medewerkers — illustratrice Fiep Westendorp, componist Harry Bannink. Ze werd als eerste bekroond met de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur, kreeg in 1987 de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre en in 1988 uit handen van Astrid Lindgren de Hans Christian Andersenprijs. Ze stierf, vrijwel blind en na een slecht genezen heupbreuk, door euthanasie, één dag na haar vierentachtigste verjaardag.

Vier werken

Jip en Janneke — 1952–1957

Op 13 september 1952 verscheen op de juniorpagina van Het Parool het eerste verhaaltje: Jip kijkt door een gat in de heg en ziet een meisje. Tot september 1957 volgde er wekelijks een, telkens hooguit een kleine tweehonderdvijftig woorden, elk een afgerond voorval uit een kleuterleven. Fiep Westendorp tekende de twee als zwarte silhouetten, omdat dat op krantenpapier goed drukte. Vanaf 1953 werden de verhalen gebundeld in acht boekjes. De kracht zit in de beperking: eenvoudige zinnen, geen moraal, en volwassenen die net iets minder verstandig zijn dan ze denken. Jip en Janneke zijn sindsdien niet meer uit het Nederlandse collectieve geheugen weg te denken.

Ja zuster, nee zuster — 1966–1968

Een muzikale komedie voor de VARA over rusthuis Klivia in de Primulastraat, waar de bewoners allesbehalve oud of ziek zijn en de boze buurman voortdurend probeert hen eruit te krijgen. Schmidt schreef de teksten, Harry Bannink de muziek; elke aflevering bevatte twee of drie liedjes, waarvan er verscheidene evergreens werden. Oorspronkelijk bedoeld als kinderprogramma trok de serie miljoenen kijkers van alle leeftijden. De VARA wiste de banden later voor hergebruik, zodat op fragmenten na alleen de liedjes resteren — die generaties lang zijn meegezongen en in 2002 de basis vormden voor een succesvolle speelfilm.

Minoes — 1970

Haar eerste kinderroman die niet in opdracht ontstond. Juffrouw Minoes is een kat die in een jonge vrouw is veranderd en de kattigheid niet kwijtraakt; via het roddelcircuit van de buurtkatten voorziet ze de schuchtere journalist Tibbe van het nieuws dat zijn baan bij de krant moet redden — onder meer over een geziene stadsgenoot die minder deugt dan iedereen denkt. Alles wat Schmidt bezighield komt samen: het tegendraadse, het opkomen voor wie geen stem heeft, en een fantastisch gegeven dat volkomen nuchter wordt uitgewerkt. Het boek kreeg in 1971 een Zilveren Griffel en groeide uit tot haar meest vertaalde kinderboek; de verfilming uit 2001 werd een internationaal succes.

Pluk van de Petteflet — 1971

Pluk rijdt met zijn kraanwagentje de stad in, vindt een torenkamertje bovenin het flatgebouw de Petteflet en raakt daar verstrikt in een reeks kleine reddingsoperaties, waarbij dieren, kinderen en een met kap bedreigde boom het moeten opnemen tegen de opgeruimde bemoeizucht van de volwassenen. Het boek is losser van structuur dan Minoes, meer een aaneenschakeling van afleveringen, en werd door de tekeningen van Fiep Westendorp onlosmakelijk met haar beeld verbonden. Het leverde Schmidt in 1972 opnieuw een Zilveren Griffel op en geldt na Jip en Janneke als haar populairste kinderboek.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen