Portret van Brandon LaBelle

Brandon LaBelle

Los Angeles, 23 oktober 1969 — Amerikaans klankkunstenaar, schrijver en theoreticus

Brandon LaBelle kwam tot het geluid via de drums: als tiener speelde hij in de punkscene van Los Angeles, waar hij naar eigen zeggen een experimentele verhouding tot lawaai ontwikkelde. Hij studeerde aan het California Institute of the Arts, behaalde daar in 1998 zijn master en promoveerde in 2005 aan het London Consortium; daarna volgde postdoctoraal onderzoek in Kopenhagen op het terrein van moderne cultuur en sound studies. Al in 1995 richtte hij Errant Bodies Press op, een onafhankelijke uitgeverij die vanuit Los Angeles en later Berlijn een groot deel van het vocabulaire van de klankkunst heeft helpen vastleggen — een rol die zeker zo belangrijk is als zijn eigen auteurschap. Zijn werk beweegt zich tussen twee registers die hij nooit scheidt: aan de ene kant een reeks theoretische boeken die het luisteren tot politieke categorie maken, aan de andere kant installaties, performances en radiowerken die hij meestal in het openbaar en met anderen maakt. Van 2011 tot 2022 was hij hoogleraar aan de kunstacademie van de Universiteit van Bergen; hij woont in Berlijn. Zijn projecten dragen namen die de toon zetten — The Imaginary Republic, The Living School, The Pirate Academy — en draaien om gastvrijheid, samenscholing en vormen van kennis die zich aan de instelling onttrekken. In 2021 begon hij de Listening Biennial en de bijbehorende Listening Academy, inmiddels een wereldwijd netwerk waarin luisteren als transformatieve praktijk wordt beoefend. Hij is daarmee zowel de historicus van het vakgebied als een van de aanhoudend onrustige deelnemers eraan.

Vier werken

Background Noise: Perspectives on Sound Art — 2006

Toen LaBelle dit boek publiceerde bestond er nauwelijks een samenhangende geschiedenis van de klankkunst; de term zelf werd door veel kunstenaars afgewezen. Background Noise voorzag in die leemte met een reeks hoofdstukken over John Cage, de musique concrète, Group Ongaku, Fluxus, La Monte Young, Michael Asher, Vito Acconci, Alvin Lucier, Max Neuhaus en Maryanne Amacher. Het uitgangspunt is dat geluid nooit los te denken is van zijn plaats: het definieert ruimte, reist erdoorheen en maakt haar publiek. Het boek werd de standaardintroductie tot het vakgebied en verscheen in 2015 in een uitgebreide tweede editie met een hoofdstuk over de toekomst van de klankkunst.

Acoustic Territories: Sound Culture and Everyday Life — 2010

Waar het vorige boek de kunstgeschiedenis in kaart bracht, verlegt Acoustic Territories de aandacht naar het alledaagse. LaBelle bouwt een topografie in zes lagen — ondergrond, huis, stoep, straat, winkelcentrum, hemel — en luistert per laag naar wat er te horen valt: de echo van de metrogangen en de straatmuzikant, de burenruzie over stilte, de ritmes van het lopen, de dreun uit de auto, muzak en feedback, en ten slotte de radio en de transmissiecultuur. Zo ontstaat wat hij een akoestische politiek van de ruimte noemt, waarin geluidsoverlast een machtsvraag wordt. David Byrne rekende het boek tot zijn favoriete boeken over muziek; een tweede editie verscheen in 2019.

Lexicon of the Mouth — 2014

Een lexicon van wat de mond doet buiten het spreken om. LaBelle behandelt in korte, associatieve hoofdstukken het bijten en kauwen, het braken en hoesten, het schreeuwen en zingen, het gestamel en gemompel, de kus, de lach, de fluistering, het fluiten en de innerlijke stem. Die "micro-oraliteiten" zijn voor hem geen randverschijnselen maar de plek waar het lichaam met zijn omgeving onderhandelt, en waar het ideaal van het correcte spreken zichtbaar wordt als norm. Het boek verbindt fenomenologie, psychoanalyse en performancetheorie tot een poëtica van de stem die uitdrukkelijk politiek is: wie hakkelt of zwijgt, is daarmee nog niet stemloos.

Sonic Agency: Sound and Emergent Forms of Resistance — 2018

De vraag van dit boek is of verzet ook hoorbaar in plaats van zichtbaar kan zijn. In een publieke sfeer die vrijwel volledig in termen van zichtbaarheid en erkenning wordt gedacht, zoekt LaBelle naar de politieke kracht van het onzichtbare: het geluid dat door muren dringt, de verborgen cultuur, de niet-gerepresenteerde stem. Hij ontwikkelt daarvoor vier figuren — onder meer de onzichtbare en de verdwenene — en verbindt geweldloosheid, lawaai en creoolse poëtica tot een idee van sonische handelingsmacht. Het boek verscheen als eerste deel in de Sonics-reeks van Goldsmiths Press en werd in The Wire geprezen als een radicale herformulering van de opstand.

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen