Verenigde Staten, 29 april 1956 — theoretisch fysicus, feministisch theoreticus en filosoof
Karen Michelle Barad promoveerde in 1984 aan Stony Brook University op een proefschrift over fermionen in roosterijktheorie — rekenwerk aan quarks, ver van de geesteswetenschappen. Barad had een vaste aanstelling bij een natuurkundefaculteit en stapte daarna over naar het interdisciplinaire veld waarin de rest van het werk zich afspeelt: feministische wetenschapsstudies, wetenschapsfilosofie, twintigste-eeuwse continentale filosofie. Sinds de jaren negentig verbonden aan de University of California, Santa Cruz, inmiddels als Distinguished Professor in History of Consciousness met een aanstelling in de filosofie, en medeoprichter van het Science & Justice Research Center daar. De kern van het werk heet agential realism. Barad vertrekt bij Niels Bohrs interpretatie van de quantummechanica en trekt die door tot een metafysica: de wereld bestaat niet uit dingen die vervolgens op elkaar inwerken, maar uit fenomenen — verstrengelingen waaruit pas achteraf, door een meetopstelling of een andere praktijk, afzonderlijke entiteiten worden gesneden. Voor die beweging bedacht Barad het woord intra-actie, tegenover interactie. Omdat elke snede iets uitsluit, is de kwestie nooit alleen epistemologisch of ontologisch maar ook ethisch; vandaar het samengetrokken ethico-onto-epistemologie. De begrippen zijn breed overgenomen in gendertheorie, kunsttheorie, mediastudies en de milieugeesteswetenschappen, en Barad wordt daar meestal in één adem genoemd met Donna Haraway en Rosi Braidotti. Vanuit de natuurkunde klinkt ook kritiek: dat de quantumfysica hier vooral figuurlijk wordt ingezet en dat het werk in de fysica zelf nauwelijks weerklank vindt. Barad gebruikt in het Engels de voornaamwoorden they/them.
Het essay verscheen in het feministische tijdschrift Signs en is Barads meest geciteerde tekst. Het opent met een klacht: na de linguïstische, semiotische en culturele wending lijkt alles taal te zijn geworden, en is materie het enige dat er niet meer toe doet. Barad rekt daarop Judith Butlers performativiteitsbegrip op tot buiten het menselijke lichaam. Materie is geen passief gegeven en ook geen product van betekenisgeving, maar zelf een proces van herhaalde materialisering. Hier verschijnen de termen die het vocabulaire zouden worden — intra-actie, apparatus, agentiële snede, materieel-discursief. Het stuk is intussen duizenden malen geciteerd, ver buiten de gendertheorie waarin het werd gepubliceerd.
Het enige monografische boek, ruim vijfhonderd bladzijden bij Duke University Press, en de volledige uitwerking van het agentieel realisme. Barad leest Bohr tegen Heisenberg in: onbepaaldheid is geen onwetendheid van de waarnemer maar een eigenschap van het fenomeen zelf. Een hoofdstuk bevat een eigen natuurkundig argument over het beroemde which-path-experiment — ongebruikelijk in een boek dat in de boekhandel bij gendertheorie belandt. Het betoog loopt van de quantumfysica naar verantwoordelijkheid: wie meet, snijdt, en wat er wordt uitgesloten is een ethische kwestie. Critici noemen de stijl ondoordringbaar; anderen beschouwen het als het invloedrijkste boek uit de wetenschapsstudies van zijn decennium.
Verschenen in GLQ, in een themanummer over queer inhumanisms. Barad monteert bliksem, regeneratieve biologie, virtuele deeltjes uit de quantumveldentheorie, kikkers en Mary Shelleys Frankenstein tot één betoog: de natuur is zelf al queer en trans, en niet het essentialistische fundament waarop identiteitspolitiek zich zou moeten laten vastpinnen. Een bliksemflits is geen ontlading tussen twee bestaande polen maar een tastend zoeken dat de polen maakt. Het artikel bracht Barads werk in het hart van de trans- en queertheorie en werd daar vier jaar later in hetzelfde tijdschrift met een terugblikkend essay geëerd.
Dit essay in Theory & Event begint en eindigt op de Marshalleilanden, waar de Verenigde Staten zevenenzestig kernproeven uitvoerden en het plutoniumafval achterlieten onder een betonnen koepel op Runit — door de Marshallezen de Tomb genoemd. Barad leest die koepel als een daad van uitwissing en gaat vervolgens de theorie in die de bom mogelijk maakte. De stelling: het vacuüm van de quantumveldentheorie is niet leeg, en in die niet-leegte zit een radicale gastvrijheid besloten die staatsgeweld kan onderbreken. Het is het scherpst politieke stuk in het oeuvre en verbindt kernkoloniaal geweld met klimaatcrisis.