Lock Haven, Pennsylvania, 10 september 1960 — Amerikaans striptekenaar en schrijver
Alison Bechdel groeide op in Beech Creek, een dorp in het binnenland van Pennsylvania, als kind van twee leraren Engels. Haar vader beheerde daarnaast het familiebedrijf, een begrafenisonderneming die de kinderen onderling de fun home noemden; hij was een gesloten, esthetisch bevlogen man met verborgen relaties met jongens en jonge mannen. Vier maanden nadat Bechdel als negentienjarige studente aan Oberlin College uit de kast kwam, kwam hij om het leven onder een vrachtwagen — een dood die zij in haar werk als zelfmoord leest, zonder de mogelijkheid van een ongeluk helemaal weg te schrijven. Na haar afstuderen in 1981 belandde ze in New York, waar ze tussen kantoorbaantjes door begon te tekenen wat in 1983 Dykes to Watch Out For zou worden: een strip die ze vijfentwintig jaar lang zelf aan lesbische en homobladen sleet, buiten elk syndicaat om. Pas met Fun Home (2006) brak ze door bij een algemeen publiek, en veranderde ze en passant het aanzien van de graphic memoir: geen belijdenis maar een gelaagde, literair geladen constructie, met de tekening als bewijsstuk. Haar methode is berucht arbeidsintensief — ze fotografeert zichzelf in de houding van elk personage, en verwerkt brieven, dagboeken en documenten als citaat in het beeld. Bechdel ontving een Guggenheim Fellowship (2012) en een MacArthur Fellowship (2014), werd in 2017 cartoonist laureate van Vermont en doceert sinds 2024 aan Yale.
Wat begon als een losse tekening in de kantlijn van een brief groeide uit tot een doorlopende kroniek van een groep lesbische vriendinnen, met de boekwinkel Madwimmin als draaipunt. De strip volgde zijn personages een kwarteeuw lang door verhuizingen, breuken, ouderschap en verkiezingsuitslagen, en registreerde daarmee de politieke temperatuur van homoseksueel Amerika van Reagan tot Bush junior. Uit een aflevering uit 1985 komt de vuistregel die later de Bechdeltest ging heten: komen er twee vrouwen in voor, hebben ze een naam, en praten ze met elkaar over iets anders dan een man? Bedoeld als grap, sindsdien een standaardinstrument in de filmkritiek.
Bechdels reconstructie van haar vader en van haar eigen coming-out, verteld in zeven hoofdstukken die telkens opnieuw bij dezelfde gebeurtenissen uitkomen, elke keer vanuit een andere hoek en een ander boek: Camus, Proust, Joyce, Fitzgerald. De literaire spiegels zijn geen versiering maar het instrument waarmee ze een vader benadert die zichzelf nooit heeft uitgelegd. Time riep het uit tot beste boek van het jaar en het haalde de finale van de National Book Critics Circle Award. De toneelbewerking, met muziek van Jeanine Tesori en tekst van Lisa Kron, won in 2015 vijf Tony Awards, waaronder die voor beste musical.
De tegenhanger van Fun Home, ditmaal over haar moeder: actrice, pianiste, promovenda, en vooral een vrouw die haar dochter met beleefde afstand tegemoet trad. Het boek is opgebouwd rond dromen, therapiegesprekken en het werk van de psychoanalyticus Donald Winnicott, en laat het eigen schrijfproces demonstratief in beeld — Bechdel tekent zichzelf terwijl ze aan het boek werkt en haar moeder daarover aan de telefoon heeft. De ontvangst was verdeeld: waar sommige critici de theoretische bovenbouw als een verrijking zagen, vonden anderen het boek gesloten en zelfbetrokken waar zijn voorganger juist opende.
Een memoir in decennia, elk hoofdstuk gewijd aan tien jaar leven en aan de sport die daarbij hoorde: skiën, hardlopen, karate, wielrennen, yoga, spinning. Onder de komedie van opeenvolgende fitnessrages ligt een serieuze vraag over transcendentie, gevoed door Kerouac, Wordsworth en Margaret Fuller, en over de mate waarin lichamelijke uitputting een vervanging is voor iets anders. Het is haar eerste boek in kleur, ingekleurd door haar partner Holly Rae Taylor. Publishers Weekly koos het tot beste graphic book van 2021 en het stond op de lijst van beste graphic novels van The New York Times.