Armando (Amsterdam, 1929 — Potsdam, 2018) en Cherry Duyns (Wuppertal, 1944) — televisie- en theaterserie, 1971–1997
Armando en Cherry Duyns leerden elkaar begin jaren zestig kennen bij de Haagse Post, waar Armando chef kunstredactie was en Duyns als leerling-journalist begon; hun vriendschap zou meer dan een halve eeuw duren. Uit die samenwerking kwam eerst geschreven en gefilmd bijwerk voort — onder meer ideeën voor het verborgencameraprogramma Poets — en vanaf 1971 Herenleed, ondertiteld 'een programma van weemoed en verlangen'. De opzet bleef in ruim vijfentwintig jaar vrijwel onveranderd: twee heren, in het script niet meer dan Man 1 en Man 2, voeren samenspraken waarin niets gebeurt en alles wordt gezegd. Armando speelde het bescheiden heertje met bril en te krap jasje, Duyns de verwaten heer met bolhoed, sik en horlogeketting; Johnny van Doorn nam alle overige figuren voor zijn rekening, van kabouter tot koning, en dertien delen zijn naar zijn personages genoemd. De taal is hoogdravend en holt zichzelf uit, de omgeving is leeg — eerst een stuifzandvlakte, later een kaal toneel — en de muziek is nadrukkelijk romantisch, wat de vervreemding versterkt. Het thema is de afhankelijkheid tussen een snoevende dwingeland en zijn bedeesde metgezel. Herenleed was nooit massapubliek en zorgde volgens Beeld en Geluid voor een scheiding der geesten: smullen of kotsen. Het is niettemin een van de weinige Nederlandse televisieprogramma's die als literatuur worden gelezen; de teksten verschenen bij De Bezige Bij en in De Nieuwe Toneelbibliotheek, en de serie werd besproken in Bzzlletin en Vooys. Armando overleed in 2018 in Potsdam; Duyns bleef daarna films en boeken maken.
De eerste drie afleveringen, geregisseerd door Hank Onrust, werden nog door anderen gespeeld: Ton Lensink en Eric van Ingen als de heren, met onder meer Ronny Bierman en Allard van der Scheer, en een hond in de rolbezetting. Armando tekende toen nog met zijn pseudoniem Frank Palmer. Na de derde uitzending, in september 1972, stopte het. Berend Boudewijn, die in 1974 een proefaflevering voor de KRO mocht maken, haalde de schrijvers over de heren zelf te spelen — een beslissing die de serie haar definitieve vorm gaf. Die opname, De koning, is nooit uitgezonden; de KRO wist er geen raad mee. Pas dertig jaar later kwam ze op de dvd-box terecht.
Onder regie van Krijn ter Braak zond de VPRO twaalf afleveringen uit, opgenomen in het stuifzandgebied Otterlose Zand op de Hoge Veluwe. Duyns trad in 1976 bij de omroep in dienst op voorwaarde dat de serie werd voortgezet. Het zand fungeert als een leeg podium waarop de heren met stok en bolhoed hun uitputtende gesprekken voeren; het decor levert de barheid die de teksten nodig hebben. Afleveringen als De kabouter, Het lijk en De dameskapper horen tot de bekendste. Deze reeks bepaalde het beeld dat van Herenleed is blijven hangen, en werd later door de VPRO integraal online gezet.
Omdat de opnamen in het landschap telkens werden verstoord, verhuisde de registratie naar de Amsterdamse Kleine Komedie. Het zand maakte plaats voor een donker toneel, waarmee het Niets waartegen de heren zich afzetten abstracter werd. Nieuw was De toneelman, een magiër die met grote allure eigenaardige variéténummers aankondigde — een echo van het variététheater waarin Duyns' vader en grootvader werkten. Uit deze fase komen afleveringen als Ten tonele, Het bloemenveld, De zwanenkwekers en O, waaiend lover. De verschuiving naar het podium maakte de stap naar het theater vanzelfsprekend.
In het kader van het Holland Festival 1985 ging het drietal voor het eerst op theatertournee, met elf voorstellingen; in 1986 volgde Herenleed reist verder. Drie jaar na het festival stond het stuk een week lang in het Duits op de planken van de Schaubühne in Berlijn, de stad waar Armando toen werkte en woonde. Dat een programma dat zo aan de Nederlandse ambtelijke omgangstoon leek vast te zitten in Duitsland bleek te werken, laat zien dat de humor niet in de couleur locale zat maar in de taal zelf: het gewichtige spreken over niets.