Portret van Philip Roth

Philip Roth

Newark, New Jersey, 19 maart 1933 — New York, 22 mei 2018 — Amerikaans schrijver

Philip Milton Roth groeide op in Weequahic, een joodse arbeiders- en middenstandswijk in Newark, als zoon van een verzekeringsagent. Die straten — en de vraag wat er in één generatie gebeurt met mensen die zich hebben voorgenomen Amerikaan te worden — zijn zijn hele werk lang zijn onderwerp gebleven. Hij studeerde Engels aan Bucknell University (1954) en behaalde een master in Chicago (1955). Zijn debuut viel meteen op: op zijn zesentwintigste kreeg hij de National Book Award, en tegelijk de eerste woedende brieven van rabbijnen die vonden dat hij joden aan de vijand uitleverde — een verwijt dat hem decennialang bleef achtervolgen en dat hij in zijn romans steeds opnieuw als materiaal gebruikte. Roth schreef in de eerste persoon of vlak daarnaast: hij vond alter ego's uit — de schrijver Nathan Zuckerman, de hoogleraar David Kepesh, en een personage dat gewoon Philip Roth heet — en speelde de grens tussen leven en verzinsel zo hardnekkig kwijt dat lezers die zijn boeken autobiografisch noemden volgens hem "doof voor fictie" waren. Zijn stijl is beweeglijk en spraakmakend, opgebouwd uit tirades, klachten en tegenspraak. Na een gemengd ontvangen middenperiode volgde vanaf de jaren negentig een late bloei die hem vrijwel elke Amerikaanse prijs opleverde: de Pulitzer Prize in 1998, de National Book Award en de PEN/Faulkner Award meermaals, en in 2011 de Man Booker International Prize. In 2005 begon de Library of America zijn verzameld werk uit te geven, iets wat vóór hem alleen Eudora Welty bij leven overkwam. In 2012 maakte hij bekend dat hij was gestopt met schrijven; hij stierf in 2018.

Vier werken

Goodbye, Columbus — 1959

Een novelle plus vijf verhalen, en in feite al een programma. In het titelverhaal wordt bibliotheekbediende Neil Klugman uit Newark verliefd op Brenda Patimkin uit het welvarende Short Hills; wat hen scheidt is geen geloof maar één generatie sociale stijging, gemeten in tennisbanen en een koelkast vol fruit op zolder. Het verhaal "Defender of the Faith", over een joodse soldaat die zijn afkomst uitbuit tegenover een joodse sergeant, leverde protesten op van rabbijnen en de Anti-Defamation League. Het boek werd in 1960 bekroond met de National Book Award en maakte Roth in één klap tot de meest besproken jonge Amerikaanse schrijver.

Portnoy's Complaint — 1969

Eén lange monoloog op de divan van een psychoanalyticus: Alexander Portnoy, jurist en voorbeeldige zoon, klaagt over zijn moeder, zijn schuldgevoel en vooral over zijn eigen begeerte, in een boek dat masturbatie en seks zo expliciet en zo komisch behandelt dat het onmiddellijk een schandaal was. Het werd een enorme bestseller, verdween uit sommige Amerikaanse bibliotheken en werd in Australië tijdelijk verboden. De felste kritiek kwam uit joodse hoek: Gershom Scholem schreef dat antisemieten hier alles kregen aangereikt waarom ze ooit hadden gevraagd, en ook Irving Howe, die Roths debuut nog had geprezen, keerde zich tegen hem. Roth heeft de roem en de rel van dit boek zijn verdere leven met zich meegedragen.

Sabbath's Theater — 1995

Mickey Sabbath, ooit poppenspeler met een straattheater in New York, is vierenzestig, artritisch, werkloos en berooid, en verliest zijn minnares Drenka aan kanker. Wat volgt is een tocht langs graven, oude vernederingen en mislukte pogingen tot zelfmoord, geschreven in een register dat tussen obsceen en elegisch heen en weer schiet. Het is Roths meest onverzoenlijke boek over verlangen en verval, en zijn eigen favoriet. Het kreeg in 1995 zijn tweede National Book Award, vijfendertig jaar na de eerste, en markeerde het begin van de reeks late romans waarop zijn reputatie uiteindelijk rust.

American Pastoral — 1997

Seymour "Swede" Levov is de blonde schoolatleet uit Weequahic die alles goed doet: hij neemt de handschoenenfabriek van zijn vader over, trouwt met een Miss New Jersey en verhuist naar een stenen huis op het platteland. In 1968 laat zijn dochter Merry uit protest tegen de oorlog in Vietnam een bom ontploffen in het dorpspostkantoor en verdwijnt. Zuckerman vertelt het verhaal als reconstructie, met de nadrukkelijke waarschuwing dat hij het grotendeels verzint — het boek gaat evenzeer over de onmogelijkheid een ander leven te begrijpen als over de ineenstorting van het naoorlogse Amerikaanse zelfbeeld. Het kreeg in 1998 de Pulitzer Prize en opent de zogeheten Amerikaanse trilogie, met I Married a Communist (1998) en The Human Stain (2000).

De volgende keer raadmodusDeze kaart niet meer tonen